De antroposofische gezondheidszorg is als uitbreiding van de natuurwetenschappelijke geneeskunde ontwikkeld vanuit de antroposofische visie op de mens. Centraal in het antroposofisch mensbeeld staat het gegeven dat de mens een zich ontwikkelend wezen is, waarbij gezondheid en ziekte een rol spelen. Gezondheid kan worden omschreven als een dynamisch evenwicht tussen lichamelijke, fysiologische, psychische en geestelijke processen. Deze evenwichtssituatie tussen lichaam, ziel en geest varieert met de leeftijd en is steeds afhankelijk van de karakteristieke kenmerken van de persoon. Bij ziekte is dit evenwicht verstoord.

Indicatiegebieden voor verwijzing
Antroposofische geneeskunde is een uitbreiding van de reguliere natuurwetenschappelijke geneeskunde en wordt uitgeoefend door huisartsen en specialisten binnen hun eigen vakgebied. Daar er vanuit regulier en antroposofisch standpunt gekeken wordt, is er geen sprake van specifieke indicatiegebieden.

Diagnose en therapie
Een antroposofisch arts stelt de diagnose door zich een beeld te vormen van het verstoorde evenwicht tussen lichaam, ziel en geest aan de hand van het verhaal van de patiënt (anamnese) en (regulier) lichamelijk onderzoek.

De therapie is erop gericht de harmonie te herstellen door de eigen gezonde krachten in de mens te mobiliseren, en de ontwikkeling te ondersteunen en te begeleiden. Dit kan door typische antroposofische therapieën, zoals antroposofische geneesmiddelen die meestal van natuurlijke herkomst zijn, zoals mineralen, planten, zelden uit dierlijke substanties bereid. Verder door adviezen voor leefgewoonten. Ook kan de antroposofisch arts doorverwijzen naar antroposofische (paramedische) therapieën zoals kunstzinnige therapieën, ritmische massage, uitwendige therapie en (biografische) gesprekken.